AI zonder controleerbaarheid is output op grote schaal. AI met controleerbaarheid is snelheid. Controleerbaarheid is het mechanisme waarmee je veilig kunt paralleliseren, selecteren en automatiseren: definition-of-done, scorecards, checks, meetpunten, stoplichten. Wie controleerbaarheid goed ontwerpt, kan sneller werken zonder kwaliteit te verliezen — en kan daarna pas schaal bouwen.
"Controleerbaarheid" is geen compliance-laag
Veel organisaties horen "verificatie" en denken aan risico, audit, compliance. Dat is te smal.
Controleerbaarheid is een productie-principe:
- Het maakt snelheid mogelijk.
- Het maakt delegatie mogelijk.
- Het maakt herhaling mogelijk.
- Het maakt verbetering mogelijk.
Je kunt niet sneller worden dan je vermogen om "goed" te herkennen.
Drie niveaus van controleerbaarheid
- Menselijke check (review)
- Semi-automatische check (rubric + mens alleen bij twijfel)
- Automatische check (regels/metingen)
Een bedrijf hoeft niet meteen naar niveau 3. Maar als je nooit naar 2 of 3 beweegt, blijft het lineair.
Wat dit betekent in de 3 universele processen
1) Vraag — Offerte — Opdracht
Controleerbaarheid = scorecard voor een "goede offerte".
- Marge minimaal X
- Scope compleet (geen "gaten")
- Voorwaarden kloppen
- Levertijd realistisch (matcht capaciteit)
- Risico's benoemd + afgedekt
- Passend bij segment (niet over-engineeren)
Waarom dit snelheid geeft: je kunt veel varianten genereren en snel selecteren.
2) Opdracht — Planning — Uitvoering — Oplevering
Controleerbaarheid = meetpunten + kwaliteitsdrempels.
- OTIF (on time in full)
- Doorlooptijd (per stap)
- First-time-right / herwerk
- Faalkosten
- QC-checks (pass/fail)
Waarom dit snelheid geeft: je kunt eerder ingrijpen, en je kunt planning verbeteren op basis van echte feedback.
3) Oplevering — Factuur — Geld
Controleerbaarheid = "klopt dit?" checks.
- Contract vs levering vs uren match
- Afwijkingsregels (wanneer escaleren)
- Dispute-rate en redenen
- DSO per segment
- "First time right billing"
Waarom dit snelheid geeft: je voorkomt correcties achteraf en krijgt sneller cash.
Diagnose: 10 vragen
- Kunnen we in 60 seconden uitleggen wat "goed" is voor dit proces?
- Bestaat er een scorecard (desnoods simpel)?
- Is "goed" meetbaar, of vooral discussietaal?
- Weten we welke fouten het meeste kosten?
- Hebben we stoplichten voor uitzonderingen?
- Is er een "twijfelpad" (wanneer mens erin komt)?
- Meten we doorlooptijd per stap, of alleen eindresultaat?
- Kunnen we kwaliteit koppelen aan klantuitkomst (win/loss, klacht, dispute)?
- Worden verbeteringen teruggevoerd in procesregels?
- Kunnen nieuwe mensen dit proces uitvoeren zonder 6 maanden schaduw-leren?
Valkuilen
- Te veel regels te vroeg: je verstikt snelheid. Start met 5–10 checks die 80% dekken.
- Vage criteria: "klantvriendelijk", "goed verhaal" — dat is geen controleerbaarheid.
- Geen feedback-routing: je meet wel, maar verbetert niets.
Mini-oefening (60 minuten)
Kies één proces en maak een scorecard met:
- 5 harde checks (pass/fail)
- 3 zachte checks (1–5 score)
- 2 escalatie-triggers (wanneer moet mens erin)